Veilig kopen voor jouw dier
Snelle levering
In verband met vakantieperiode verzending binnen twee werkdagen.
(0)224 -21 75 86

Eerste signalen van fotosensibiliteit door sporidesmin bij schapen

In september 2026 zijn in Nederland meerdere verdenkingen gemeld van fotosensibiliteit door sporidesmin bij schapen en runderen. Vooral na warme, vochtige perioden in de nazomer en herfst is alertheid verstandig. Schapen kunnen eerst weinig opvallende klachten hebben, terwijl er al wel leverschade aanwezig is. Een gezwollen kop, gevoelige oren of roodheid rond ogen en neus kunnen daarom belangrijke eerste signalen zijn.

Wat is fotosensibiliteit door sporidesmin?

Fotosensibiliteit betekent letterlijk dat een dier overgevoelig wordt voor licht. Bij schapen met pithomycotoxicose, ook wel sporidesminvergiftiging genoemd, ligt de oorzaak echter niet in de huid zelf. Het probleem begint in de lever.

Sporidesmin is een gifstof die wordt gevormd door sporen van de schimmel Pithomyces chartarum. Deze schimmel kan voorkomen in grasland en groeit vooral op dood plantaardig materiaal laag in de grasmat. Wanneer schapen tijdens het grazen voldoende besmette schimmelsporen opnemen, komt sporidesmin in het lichaam terecht.

De gifstof kan vooral de galgangen in de lever beschadigen. Hierdoor raakt de normale afvoer van gal verstoord. Ook fylloerytrine, ook bekend als fytoporfyrine, kan dan onvoldoende via de gal worden uitgescheiden. Deze stof ontstaat bij de afbraak van bladgroen uit het gras.

Wanneer fylloerytrine zich ophoopt in het bloed en uiteindelijk in de huid terechtkomt, reageert de stof onder invloed van daglicht. Hierdoor ontstaat een ontstekingsreactie van de huid. Vooral weinig behaarde, dun bewolde en ongepigmenteerde huid is kwetsbaar.

Het is dus belangrijk om fotosensibiliteit niet simpelweg als zonnebrand te beschouwen. Zichtbare huidproblemen kunnen juist een aanwijzing zijn voor onderliggende leverschade.

Waarom is het risico juist in de nazomer en herfst groter?

De groei en sporenvorming van Pithomyces chartarum worden sterk beïnvloed door het weer en de toestand van de grasmat. De schimmel gedijt goed op dood plantaardig materiaal en kan zich onder warme en zeer vochtige omstandigheden snel ontwikkelen.

Daardoor ontstaat vooral in de nazomer en herfst een risicoperiode. Een warme periode gevolgd door regen, vochtige nachten en hoge luchtvochtigheid kan gunstige omstandigheden geven voor de schimmel. Ook een periode van droogte kan indirect bijdragen aan het risico, omdat hierdoor meer afgestorven plantenmateriaal in de grasmat aanwezig kan zijn.

Percelen die recent zijn gemaaid of gebloot verdienen eveneens extra aandacht wanneer veel gemaaid plantenmateriaal achterblijft. Dat dode materiaal kan een geschikte voedingsbodem voor de schimmel vormen.

Daarbij bevindt P. chartarum zich vooral laag in de grasmat. Schapen die een perceel zeer kort afgrazen, kunnen daardoor relatief veel schimmelsporen opnemen. Zeker wanneer het gras schaars wordt, is het daarom verstandig om kritisch te kijken hoe diep de dieren moeten grazen.

Welke eerste verschijnselen kun je bij schapen zien?

De eerste opvallende verschijnselen kunnen gemakkelijk worden gemist. Een schaap kan onrustiger worden, vaker met de kop schuren of nadrukkelijk de schaduw opzoeken. Vervolgens kan zwelling van de kop ontstaan.

Vooral de oren en oogleden kunnen duidelijk dik worden. In ernstige gevallen is de zwelling zo sterk dat een schaap zijn ogen nog maar moeilijk kan openen. Daarnaast kunnen roodheid en pijnlijke huidafwijkingen ontstaan op de neusrug, rond de ogen en aan de oren.

Andere plaatsen met weinig wol of pigment kunnen eveneens worden aangetast, bijvoorbeeld de huid van de uier, vulva of delen van de poten.

Naarmate de huidreactie ernstiger wordt, kunnen vochtige plekken, korsten en oppervlakkige huidbeschadigingen ontstaan. De jeuk en pijn kunnen ertoe leiden dat dieren veel met hun kop schuren, waardoor de huid verder beschadigt. Bij ernstige leverschade kan bovendien geelverkleuring van de slijmvliezen of het oogwit zichtbaar zijn.

Ernstig aangetaste dieren kunnen minder vreten, vermageren en duidelijk minder actief worden. Bij productiedieren kan daarnaast een productiedaling optreden.

Huidafwijkingen worden vaak pas dagen na de vergiftiging zichtbaar

Een belangrijk kenmerk van sporidesminvergiftiging is dat er tijd zit tussen de opname van de gifstof en het ontstaan van de typische huidafwijkingen.

Fotosensibiliteit kan ongeveer tien tot veertien dagen na opname van sporidesmin zichtbaar worden. Wanneer je vandaag de eerste dieren met een dikke kop, rode oren of korstvorming ziet, betekent dit dus niet automatisch dat de risicovolle opname vandaag heeft plaatsgevonden.

Het verdachte perceel waarop de dieren twee weken geleden liepen, kan minstens zo relevant zijn.

Dat maakt een goede weidehistorie belangrijk bij het onderzoek. Noteer bij een verdenking daarom op welke percelen het koppel de voorafgaande weken heeft gelopen, wanneer die percelen zijn gemaaid of gebloot en hoe kort ze zijn afgegraasd.

Let niet alleen op de schapen met zichtbare huidproblemen

Een van de belangrijkste aandachtspunten bij pithomycotoxicose is dat zichtbare huidafwijkingen waarschijnlijk maar een deel van het werkelijke probleem laten zien.

Binnen één koppel kan de gevoeligheid sterk verschillen. Het ene schaap krijgt duidelijke zwelling en korsten, terwijl een ander dier nauwelijks iets aan de huid laat zien. De opgenomen hoeveelheid sporidesmin, het graasgedrag, pigmentatie, bewolling en individuele gevoeligheid spelen hierbij een rol.

Een schaap zonder huidafwijkingen heeft bovendien niet automatisch een gezonde lever. Onderzoek bij getroffen koppels heeft laten zien dat ook dieren zonder duidelijke fotosensibiliteit verhoogde leverwaarden of blijvende leververanderingen kunnen hebben.

Wanneer meerdere schapen hetzelfde perceel hebben begraasd en bij enkele dieren passende verschijnselen worden gezien, is het daarom verstandig om de situatie als een mogelijk koppelprobleem te bespreken met de dierenarts.

Wat moet je doen bij een verdenking van sporidesmin?

Snel handelen helpt om verdere blootstelling aan zonlicht en mogelijk besmet gras te beperken. Bij een duidelijke verdenking zijn de belangrijkste eerste maatregelen:

  • – haal aangedane dieren zo snel mogelijk uit direct zonlicht en stal ze bij voorkeur binnen op;
  • – voorkom voorlopig verdere opname van gras uit het verdachte perceel;
  • – neem contact op met de dierenarts voor klinisch onderzoek en eventueel bloedonderzoek;
  • – controleer ook de overige dieren in het koppel zorgvuldig op subtiele zwelling, roodheid, jeuk, verminderde voeropname of geelverkleuring;
  • – bespreek met de dierenarts welke ondersteunende behandeling, pijnstilling en huidverzorging nodig is.

Beschutting onder een boom of afdak kan tijdelijk helpen, maar bij duidelijke fotosensibiliteit heeft volledig uit het daglicht halen de voorkeur. Zelfs relatief korte blootstelling aan fel licht kan bij een gevoelig dier de huidreactie verergeren.

Daarnaast is het belangrijk dat dieren voldoende blijven eten en drinken. Bij ernstige leverschade en een verminderde voeropname kan de algemene toestand snel achteruitgaan. De dierenarts kan beoordelen of aanvullende ondersteuning nodig is.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Een dikke kop en beschadigde oren betekenen niet automatisch dat een schaap een sporidesminvergiftiging heeft. Verschillende aandoeningen kunnen een vergelijkbaar beeld geven. Een dierenarts zal daarom zowel naar de klinische verschijnselen als naar de voorgeschiedenis van het koppel kijken.

Bloedonderzoek is hierbij waardevol. Met name leverenzymen kunnen aanwijzingen geven voor beschadiging van lever en galwegen. Gamma-GT, vaak afgekort tot GGT, is daarbij een belangrijke waarde omdat dit enzym verhoogd kan zijn bij beschadiging van de galgangen.

Ook andere leverwaarden kunnen worden bepaald. De uitslagen moeten altijd in samenhang met de verschijnselen en andere onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd.

Bij de differentiaaldiagnose, het onderscheiden van mogelijke oorzaken, wordt onder andere rekening gehouden met leverbotinfecties, bepaalde giftige planten, een teveel aan koper, vitamine B12-problematiek bij jonge dieren en andere aandoeningen die de lever of galwegen kunnen beschadigen.

Ook wanneer maar enkele schapen symptomen laten zien, kan onderzoek van meerdere dieren uit het koppel zinvol zijn. Daarmee ontstaat een beter beeld van de omvang van het probleem.

Kan onderzoek van het gras helpen?

Ja. Onderzoek van gras op sporen van Pithomyces chartarum kan de verdenking ondersteunen.

Vooral materiaal laag uit de grasmat en plekken waar veel dood gras aanwezig is, zijn interessant om te onderzoeken. Het tellen of aantonen van de kenmerkende schimmelsporen kan informatie geven over de mogelijke blootstelling.

Een uitslag van een grasmonster moet echter altijd samen met het klinische beeld worden beoordeeld. Het aantal sporen kan binnen een perceel verschillen en verandert bovendien in de tijd. Omdat huidverschijnselen vaak pas geruime tijd na de opname van sporidesmin zichtbaar worden, kan de situatie in het perceel op het moment van monstername anders zijn dan op het moment waarop de dieren de gifstof hebben opgenomen.

Grasonderzoek is daarom een aanvulling op, en geen vervanging voor, onderzoek van de dieren.

Is sporidesminvergiftiging te behandelen?

Er bestaat geen specifieke behandeling waarmee sporidesmin uit een beschadigde lever kan worden verwijderd. De behandeling is daarom vooral ondersteunend.

Het vermijden van daglicht is een van de belangrijkste maatregelen. Hierdoor wordt voorkomen dat de opgehoopte fotodynamische stoffen steeds opnieuw een huidreactie veroorzaken.

Daarnaast kan pijnstilling noodzakelijk zijn. Huidafwijkingen bij fotosensibiliteit kunnen zeer pijnlijk zijn en ernstig jeuken. Gebruik pijnstillers bij landbouwhuisdieren altijd volgens het advies en voorschrift van de dierenarts en houd rekening met eventuele wachttijden.

Beschadigde huid moet schoon worden gehouden en beschermd worden tegen verdere beschadiging en secundaire infecties. Afhankelijk van de ernst kan geschikte wond- en huidverzorging voor schapen hierbij ondersteunen. Overleg bij uitgebreide of nattende huidbeschadigingen met de dierenarts welke verzorging geschikt is.

Ook het rantsoen verdient aandacht. Bij dieren die onvoldoende eten of moeten herstellen van een ernstige aandoening kan passende voeding en ondersteuning tijdens herstel zinvol zijn. Dit staat echter los van de behandeling van de leverschade zelf.

Waarom moet vers gras tijdelijk worden beperkt?

Vers groen gras bevat veel bladgroen. Bij de normale vertering daarvan ontstaat onder andere fylloerytrine. Een gezonde lever voert deze stof via de gal af.

Bij een schaap met beschadigde galgangen verloopt die afvoer onvoldoende. Daardoor kan het blijven voeren van grote hoeveelheden vers groen materiaal bijdragen aan het in stand houden van de fotosensibiliteit.

Om die reden kan de dierenarts adviseren om tijdens het herstel tijdelijk een ander rantsoen te verstrekken, bijvoorbeeld op basis van goed hooi of ander geschikt geconserveerd ruwvoer. Tegelijk moet worden voorkomen dat het dier door een abrupte rantsoenwisseling pensproblemen krijgt.

Zet herstellende schapen bovendien niet te snel opnieuw op vers gras. Aan de buitenkant kan een dier al aanzienlijk zijn opgeknapt terwijl de lever nog niet volledig is hersteld.

Kan zink fotosensibiliteit door sporidesmin voorkomen?

In landen waar pithomycotoxicose veel voorkomt, waaronder Nieuw-Zeeland, wordt zink gebruikt als onderdeel van preventieprogramma’s. De resultaten zijn echter afhankelijk van onder andere de toedieningsvorm, dosis, timing en blootstelling aan sporidesmin.

Voor Nederlandse omstandigheden is het daarom niet verstandig om op eigen initiatief hoge doses zink aan schapen te verstrekken zodra het weer warm en vochtig wordt. Meer is bij mineralen niet automatisch beter en overdosering kan juist gezondheidsproblemen veroorzaken.

Een normaal mineralenmanagement blijft uiteraard belangrijk, maar een standaard mineralenbolus of mineralenmengsel mag niet worden gezien als specifieke bescherming tegen sporidesmin.

Wie preventieve zinksuppletie overweegt vanwege een aantoonbaar bedrijfsprobleem, kan dit het beste bespreken met de eigen dierenarts en voederadviseur.

Hoe kun je het risico in de weide verkleinen?

Volledige preventie is lastig, omdat de schimmel van nature in de omgeving kan voorkomen. Goed weidemanagement kan de blootstelling mogelijk wel beperken.

Voorkom waar mogelijk dat schapen risicopercelen extreem kort afgrazen. Vooral in warme en vochtige perioden in de nazomer en herfst is het verstandig om percelen met veel dood gras extra kritisch te beoordelen.

Let daarnaast op percelen die kort daarvoor zijn gemaaid of gebloot en waar veel maaisel is achtergebleven. Wanneer op een perceel daadwerkelijk grote hoeveelheden P. chartarum-sporen worden gevonden, kan tijdelijk uitweiden naar een ander perceel of opstallen nodig zijn.

Houd na een vermoedelijke uitbraak ook bij op welke percelen problemen zijn ontstaan. Die informatie kan in een volgend seizoen helpen om risicovolle omstandigheden sneller te herkennen.

Wanneer moet de dierenarts direct worden ingeschakeld?

Neem bij een duidelijke dikke kop, ernstige zwelling van oren of oogleden, pijnlijke huidafwijkingen of plotseling ontstane fotosensibiliteit altijd contact op met de dierenarts.

Dat geldt zeker wanneer meerdere dieren zijn aangedaan, schapen stoppen met eten, sterk vermageren, geelverkleuring zichtbaar wordt of dieren een ernstig zieke indruk maken.

Wacht niet tot de huidafwijkingen uitgebreid zijn. De huid is bij pithomycotoxicose namelijk vooral het zichtbare gevolg van een probleem dat zich al eerder in de lever heeft ontwikkeld.

Een tijdige diagnose helpt bovendien om het verdachte perceel te identificeren en maatregelen te nemen voor de rest van het koppel.

Tot slot

De huidige signalen in september 2026 zijn een goede reden om schapen in de weide extra zorgvuldig te controleren. Vooral een combinatie van warm, vochtig weer, dood plantenmateriaal en kort afgegraasde percelen kan het risico op blootstelling aan Pithomyces chartarum vergroten.

Let op vroege signalen zoals gezwollen oren en oogleden, roodheid, jeuk en het opzoeken van schaduw. Haal verdachte dieren uit het zonlicht en neem contact op met de dierenarts. Omdat ook schapen zonder zichtbare huidafwijkingen leverschade kunnen hebben, verdient bij een verdenking altijd het hele koppel aandacht.